woensdag 15 oktober 2008

Openbaringen 20

Onderstaand de studie die ik heb gemaakt van Openbaringen 20 ten behoeve van onze huiskring. Ik denk in deze zeker de wijsheid niet in pacht te hebben en de beweringen die ik hieronder gedaan heb zijn dan ook slechts persoonlijke interpretaties van wat er in dit hoofdstuk te vinden is. Maar misschien dat iemand er aanwijzingen in kan vinden voor verdere persoonlijke studie. Vandaar dat ik het hier publiceer.

Vers 1:
Onderaardse diepte (NBV) / Afgrond (SV) / bottomles pit (KJV) / abyssos (Gr. "zonder bodem").

Komt in voor in Lucas 8:31 En zij baden Hem, dat Hij hun niet gebieden zou in de afgrond heen te varen.
Hier beveelt Jezus de demonen uit de bezeten man te gaan en zij smeken hem om niet in de abyssos gestuurd te worden. De demonen zijn er dus mee bekend en maar wat bang om daar naar toe gestuurd te worden.

Verder in Openbaringen in 9:1-2 waar wordt gesproken over de put van de afgrond. Deze put wordt hier geopend door een gevallen ster en er komt allerlei onheil uit de put. De gevallen ster/engel die de sleutels van de afgrond hier heeft is Abaddon (Hebr.) of
Apolluon (Gr.). Deze naam betekent vernietiging. Deze gevallen engel hoort ongetwijfeld bij de satan.

Ook in Openbaringen 11:7 zie je dat er een beest uit de afgrond opstijgt.

Ook in Openbaringen 17:8 zie je dat het scharlakenrode beest ook uit de afgrond vandaan komt.
Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn wier namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.

In Openbaringen 20:1 lezen we echter dat de sleutels van de diepte gegeven zijn aan een engel die er we iets goeds mee doet. Hier dringt zich ook de vergelijking op met Openbaringen 1:18 waar Jezus zelf zegt dat hij de sleutels heeft van de hel en van de dood.
Het is dus goed mogelijk dat de engel waar hier over gesproken wordt de Heer Jezus zelf is.

Waar de ketting waar over gesproken wordt precies uit bestaat weet ik niet, maar deze zal ongetwijfeld voldoen om Satan hier geestelijk mee te binden.

Vers 2:
Opvallend is dat de meeste verzen in dit hoofdstuk beginnen met "En" (het griekse "Kai"). Je zou hieruit kunnen afleiden dat de gebeurtenissen die in dit hoofdstuk beschreven worden opeenvolgende gebeurtenissen zijn.

De duizend jaar waar over gesproken wordt is waarschijnlijk ook heel letterlijk duizend jaar. Tot en met vers 7 wordt dit namelijk wel 6 keer herhaald waardoor er zeer de nadruk op gelegd wordt.

Vers 3:
Over de korte tijd dat de duivel ontbonden moet worden lezen we in ver 8.

Vers 4:
In openbaringen 6:9-10 zie je dat de zielen van de gedode heiligen zitten te wachten tot hen recht aan wordt gedaan. Hier in hoofdstuk 20 zie dat het dan zo ver is. Degenen die gestorven zijn omwille van de getuigenis van Jezus zullen met hem regeren in het duizendjarige rijk.

Maar hoe zit het nu met de andere gelovigen?

Vers 5:
In dit vers wordt toch heel duidelijk gesteld dat de overige doden niet weer levend worden voordat de duizend jaar voorbij zijn.

Vers 6:
Ook in dit vers wordt nog eens benadrukt dat degenen die bij de eerste opstanding aanwezig zijn gelukkig zijn. Zij zullen in die duizend jaar heersen met Christus. Moeten wij er dan naar gaan streven om onthoofd te worden om de getuigenis van Jezus?

Hoe zit het nu? Wie zijn er nu precies aanwezig bij Christus bij aanvang van het duizendjarig vrederijk? Wie zijn er op aarde en wie regeren er mee in de hemel?

Terug naar vers 4:
Een mogelijk uitleg die bij vers 4 wordt gegeven is dat er hier niet over één groep wordt gesproken, namelijk degenen die onthoofd zijn omwille van de getuigenis van Jezus en omwille van het Woord Gods en die ook nog eens het beeld van het beest niet aanbeden hadden en daarbij ook het merkteken van het beest niet hadden ontvangen op hun voorhoofd en ook op hun hand. Er zou hier sprake kunnen zijn van meerdere groepen. Daarom wil ik kijken naar de Griekse grondtekst:
EnglishStrong'sGreek (Root form)Tense
(Click on any item below for Concordance)
(Click)
And
[2532] kai
I sawClick to do Phrase Search on 'I saw'[1492] eido5627: Second Aorist Active Indicative
thrones,
[2362] thronos
and
[2532] kai
they satClick to do Phrase Search on 'they sat'[2523] kathizo5656: Aorist Active Indicative
upon
[1909] epi
them,
[846] autos
and
[2532] kai
judgment
[2917] krima
was givenClick to do Phrase Search on 'was given'[1325] didomi5681: Aorist Passive Indicative
unto them:Click to do Phrase Search on 'unto them'[846] autos
and
[2532] kai
[I saw] the soulsClick to do Phrase Search on '[I saw] the souls'[5590] psuche
of them that were beheadedClick to do Phrase Search on 'of them that were beheaded'[3990] pelekizo5772: Perfect Passive Participle
for
[1223] dia
the witnessClick to do Phrase Search on 'the witness'[3141] marturia
of Jesus,Click to do Phrase Search on 'of Jesus'[2424] Iesous
and
[2532] kai
for
[1223] dia
the wordClick to do Phrase Search on 'the word'[3056] logos
of God,Click to do Phrase Search on 'of God'[2316] theos
and
[2532] kai
which
[3748] hostis
had
[4352]English translation is in 2 or more portions proskuneo
not
[3756] ou
worshipped
[4352]English translation is in 2 or more portions proskuneo5656: Aorist Active Indicative
the beast,Click to do Phrase Search on 'the beast'[2342] therion
neither
[3777] oute
his
[846] autos
image,
[1504] eikon
(Untranslated)
[2532] kai
neither
[3756] ou
had receivedClick to do Phrase Search on 'had received'[2983] lambano5627: Second Aorist Active Indicative
[his] markClick to do Phrase Search on '[his] mark'[5480] charagma
upon
[1909] epi
their
[846] autos
foreheads,
[3359] metopon
or
[2532] kai
in
[1909] epi
their
[846] autos
hands;
[5495] cheir
and
[2532] kai
they livedClick to do Phrase Search on 'they lived'[2198] zao5656: Aorist Active Indicative
and
[2532] kai
reigned
[936] basileuo5656: Aorist Active Indicative
with
[3326] meta
Christ
[5547] Christos
a thousandClick to do Phrase Search on 'a thousand'[5507] chilioi
years.
[2094] etos


Hier zie je dat het woord "kai" zowel met "en" als "of" wordt vertaald. Het kan zelf nog "ook", "dan" en "maar" betekenen. Dat de kenmerken van degenen die met Jezus zullen regeren met dit woordje verbonden zijn wil dus helemaal niet zeggen dat ze ook aan alle voorwaarden moeten voldoen.
Maar wat nog veel meer zegt is dat de zin gescheiden wordt door het woord "hostis". In de SV eenvoudig vertaald door "die" en in de KJV door "which" waardoor dit logischerwijs lijkt te verwijzen naar de onthoofde heiligen. Maar de betekenis van het woord "hostis" kan zijn "wie", "welke" of "degenen" (whoever, whatever, who).
Wanneer je dan dit vers leest staat er:
"En ik zag tronen, en zij zaten daarop en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en degenen die het beest, en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die ook niet het merkteken ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren."
Deze uitleg spreekt mij persoonlijk meer aan dan dat ik als gestorven gelovige nog duizend jaar zou moeten wachten en het hele duizendjarige vrederijk niet mee mag maken.

Goed, de heiligen die God trouw zijn gebleven mogen dus met Jezus regeren. Doen ze dat dan in de hemel? En wie leven er dan nog op aarde waarover geregeerd wordt?
Was het niet zo dat wij allen, degenen die in Christus gestorven zijn en degenen die bij Zijn terugkomst nog leven zullen worden meegenomen van de aarde naar de hemel? Lees 1 Tes. 4: 13-18.
Dat zou dus betekenen dat in het duizendjarig vrederijk op aarde de mensen leven die voor die tijd nog niet aan Christus toe behoorden. Over deze mensen zullen wij dan samen met Jezus vanuit de hemel regeren.

Vers 8:
De namen Gog en Magog komen eerder voor in Ezechiël 38 waar Gog het land van Magog wordt genoemd. Er lijkt echter geen verband te zijn tussen deze tekstgedeeltes. In Openbaringen gaat het klaarblijkelijk om twee naties die verzameld met een bijzonder groot aantal moeten zijn, namelijk als het zand van de zee. Zij worden verleid door satan om te strijden voor hem.

Vers 9:
Hier zien we dat de verleide naties vanuit de hele wereld komen en het kamp van de heiligen omsingelen. Wie zijn hier de heiligen? Wanneer voor het duizendjarig vrederijk alle heiligen al een plaats in de hemel hebben gekregen bij Jezus om over de aarde te regeren, dan zouden dit de heiligen moeten zijn die in de loop van de duizend jaar erbij gekomen zijn.
De "geliefde stad" (agapao polis) is nog niet het nieuwe Jeruzalem, de heilige stad (hagios polis), waarover in 20:2 wordt gesproken. Doordat 21:1 direct volgd met "Kai" op de gebeurtenissen in hoofdstuk 20 denk ik dat het nieuwe Jeruzalem pas zal neerdalen na het laatste oordeel aan het einde van hoofdstuk 20.
God rekent op een overweldigende manier met de aanvallers af door vuur uit de hemel te sturen.

Vers 10:
Hier wordt definitief afgerekend met de duivel. In de poel van vuur en sulver zal hij voor eeuwig lijden.

Vers 11:
Hier gaat de profetie in vervulling die we kunnen lezen in 2 Petrus 3:7-10. Bij het laatste oordel zal de geschapen hemel en aarde worden prijsgegeven aan het vuur. In Openbaringen staat dat deze in het niets verdwijnen

Vers 12 + 13:
Dit is de tweede opstanding. Hier staan alle doden die nog niet opgestaan waren op en worden door God geoordeeld op hun daden welke vastgelegd zijn in de boeken. Zie ook 21:8.

Vers 14:
Hier zie je dat de dood en de hel zelf ook vernietigd worden. Zij worden in de poel van vuur gegooid, net als de duivel en de zijnen.

Vers 15:
Hier zie je dat het boek des levens uit vers 12 een essentiële rol speelt. Wanneer je daar niet in staat wordt ga je de duivel achterna.
Het boek des levens komen we een aantal keer eerder tegen in de bijbel. Lees Exodus 32:30-33 (NBV). Hier geeft God aan wanneer je naam uit het boek des levens geschrapt wordt, namelijk wanneer je tegen Hem zondigt. Voor die tijd was je naam dan kennelijk wel geschreven in dit boek.
In Psalm 69:29 vraagt David aan God
Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden. Hij heeft het hier over zijn vijanden en verzoekt om het schrappen van hun namen uit het boek van het leven. Kennelijk gaat hij er van uit dat deze namen er in eerste instantie wel in staan. Ook is duidelijk dat degenen die in het boek staan gerekend worden onder de rechtvaardigen.
In Filippensen 4:3 zegt Paulus
En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees deze vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en mijn andere medearbeiders, wier namen zijn in het boek des levens. Paulus is heel stellig in zijn bewering dat de namen van zijn medearbeiders geschreven zijn in het boek des levens. Kennelijk kun je er zeker van zijn dat je naam in het boek staat wanneer je God dient.
In openbaringen 3:5 staat
Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Degenen die het oude leven achter zich hebben gelaten en opnieuw geboren zijn, hun naam zal blijven staan in het boek van het leven.
Opvallend is dat er nergens wanneer er over het boek van het leven geschreven staat gesproken wordt over het opschrijven van je naam in dit boek. Hieruit leid ik af dat iedereen initieel ingeschreven staat in het boek, al van voor je geboorte. Door de juiste keuzes te maken in je leven blijf je ook ingeschreven staan. Maar wanneer je tegen God kiest en tegen Hem zondigt, dan zal je naam geschrapt worden uit dit boek. Mogelijk dat dit schrappen nog gebeurt wanneer er in vers 12 wanneer er op basis van wat er in de boeken staat over de doden wordt geoordeeld.
Hiermee is dan ook een antwoord gegeven op de vraag hoe het met de kinderen zit die nooit het evangelie gehoord hebben en nooit een keus hebben kunnen maken voor God en die al op jongen leeftijd sterven. Hun naam staat gewoon ingeschreven in het boek des levens en zij zullen behouden blijven bij het laatste oordeel.

dinsdag 7 oktober 2008

Mijn allerbeste vriend

Ik wil je graag voorstellen aan mijn allerbeste vriend. Zijn naam is Jezus. Wij kennen elkaar nu zo'n twaalf jaar en we hebben samen al heel wat meegemaakt. Eigenlijk kende Jezus mij al veel langer, maar ik heb hem voorheen nooit willen kennen. Maar uiteindelijk heb ik dan toch met hem kennisgemaakt. Laat me vertellen hoe dat is gebeurd.

Van huis uit ben ik niet gelovig opgevoed. Op de Rooms-katholieke school waar ik op zat werd 's morgens in de klas wel begonnen met een gebed, maar daar deed ik uiteraard niet aan mee. Verdere aanraking met het geloof was voornamelijk beperkt tot een regelmatig bezoek van meneer pastoor aan onze klas. Onder het genot van een sigaar vertelde hij dan een verhaal uit de bijbel. Mooie verhalen, maar wat mij betreft waren het sprookjes. Verzinsels waar de meeste van mijn klasgenoten wel in leken te geloven. Wat vond ik ze onnozel.

Tot mijn tienertijd was het hiermee afgedaan, maar ik begon mij toen wel van alles af te vragen. In de wereld en om mij heen gebeurden toch wel allerlei dingen die ik niet kon verklaren. Er waren waarzeggers die het vaker bij het rechte eind hadden dan het toeval toelaat. Er waren mensen die met doden spraken, althans dat beweerden zij en het leek er op. Er was telepathie en er waren verhalen over klopgeesten. Er gebeurde teveel in de wereld en er werd te veel waargenomen om dat alles maar naar het land der fabelen te verwijzen.

En daarmee was mijn zoektocht begonnen. Mijn zoektocht naar wat er meer was, meer dan ik kon zien en wat een verklaring zou zijn voor alles wat ik nog niet kon verklaren. Dat ik de waarheid uiteindelijk in het christelijk zou vinden is iets dat ik op dat moment als absoluut onmogelijk beschouwde. Daarvoor was het beeld dat ik daarvan had verre van wat ik verwachtte te zullen vinden. Ik begon dan ook niet in die richting te zoeken, maar ging mij verdiepen in wat ik de vierde dimensie noemde. Voor mijzelf had ik een heel beeld gevormd van de niet zichtbare wereld waarin overleden mensen als goede en kwade geesten ronddwaalden. Ik ging boeken lezen die mijn voorstelling hiervan versterkte en vond aansluiting in het New Age denken. Soms dacht ik zelf ervaringen als helderziendheid te hebben. In ieder geval sprak dit beeld van wat er meer was mij zeker aan en op basis hiervan zocht ik verder. In de boeken die ik las kwam soms zelfs een engel voor die Jezus genoemd werd. Daardoor ging ik mij wel af vragen of er dan toch een Jezus was, in welke vorm dan ook. Maar het beeld dat mij geschetst werd leek niet op de mens waarover ik vroeger in de klas had gehoord. Die christenen hadden het dus volgens mij nog steeds niet bij het rechte eind.

Bij het beeld dat ik had over wat er meer moest zijn hoorde wel een centrale kracht. Volgens mij was deze kracht pure liefde. Toen ik daar eens over sprak met een meisje dat ik kende van de toneelvereniging vertelde ze mij dat God liefde is. Ik vond het jammer dat zij mij niet begreep, maar dit gesprek is mij wel bijgebleven.

Mijn zoektocht zette zich voort in de richting van de gnostiek. Gnostiek gaat ervan uit dat je jezelf door middel van kennis verbeterd. Door meer en de juiste kennis wordt je dan in staat gesteld om na je dood voor jezelf een hogere positie te bemachtigen. Ook dit was een denkbeeld dat ik later heb moeten verwerpen, maar wonderlijk genoeg was het via gnostische boeken dat ik iets over Jezus hoorde dat bij mij tot een onverwachte wending in mijn denken leidde. Er stond namelijk dat Jezus liefde is. Tussen alle denkbeelden die toen erg goed aansloten bij het beeld dat ik had van wat er meer was stond een waarheid die voor mij de sleutel was tot het gaan kennen van de gehele waarheid die het volledig antwoord zou worden van mijn zoektocht. Jezus is liefde! Het sloeg in als een bom. Dit was waar ik al die tijd naar gezocht had en ik wist het. Iets in mij liet mij weten dat dit het was. Dat Jezus het antwoord is.

Maar als Jezus dus echt waar was, dan moest de bijbel ook echt waar zijn. Voor die tijd had ik best wel eens in de bijbel gelezen, al was het maar voor school, maar daar had ik nu nooit het idee van gehad dat die waarheid kon bevatten. Het was droge stof die mij absoluut niet aansprak. Toch wist ik nu dat het juist die bijbel was waarin ik meer kon leren over Jezus. Ik wist ook dat het Nieuwe Testament over Jezus ging, dus daar begon ik met lezen. Wat er nu gebeurde was mijn eerste ervaring van de Heilige Geest. Nu ik de bijbel die voorheen zo saai was geweest ging lezen met het geloof in Jezus werd het ineens een heel ander boek. Het leek wel of elk woord speciaal voor mij was geschreven en dit was het meest boeiende en spannende boek dat ik ooit had gelezen. Er werd rechtstreeks tot mij gesproken en ik wist dat ik de waarheid leerde kennen.

De bijbel bestaat eigenlijk uit een verzameling van kleinere boeken. Nadat ik de eerste vier boeken van het nieuwe testament had gelezen en bezig was met het zesde boek, de eerste brief aan de Korintiërs, was ik volledig overtuigd dat ik Jezus wilde volgen. Maar het was mij ook duidelijk dat ik dit niet in mijn eentje kon. Uit wat ik gelezen had bleek duidelijk dat je als volgelingen van Jezus samen een eenheid moest vormen met Jezus aan het hoofd. Dus ging ik op zoek naar anderen waarvan ik dacht dat zij hier ook zo over dachten. En ik herinnerde mij het gesprek met het meisje dat had gezegd dat God liefde is. Nu ik daar zelf ook achter was gekomen besloot ik om de kerk op te zoeken waar het meisje lid van was.

De kerk waar ik naar toe ging was De Ark in Lelystad. In deze kerk werden ook veel cursussen gegeven en ik heb hier heel veel geleerd. Onder begeleiding heb ik daar ook mijn bewuste keuze voor Jezus uitgesproken in gebed. Ik gaf mijn hart aan Hem en nam mij voor een nieuw leven te beginnen dat gericht is op Jezus.

Dat ik een nieuw leven nodig had was bij mij nog duidelijker dan bij veel mensen. Zelf had ik van mijn leven een flinke puinhoop gemaakt. Dat had ertoe geleid dat ik lichamelijk en geestelijk verslaafd was aan drugs. Nu ik dan Jezus gevonden had en mijn hart aan Hem gegeven had hoopte ik dan ook dat Hij er wel voor zou zorgen dat ik van mijn verslaving bevrijd zou worden. Met de verandering die in mij had plaatsgevonden werd het gebruik van drugs niet alleen onverstandig en slecht voor mezelf om te doen. Het was nu ook iets wat niet paste in een leven als Christen en dat woog voor mij nog zwaarder dan al het andere. Toch lukte het ondanks heel serieuze pogingen niet om los te komen van het drugsgebruik. Steeds weer ging ik halen en steeds weer ging ik het gebruiken, ook al verzette zich binnen in mij alles hier tegen.

Een goed gebruik voor wie Christen wordt is het zich laten dopen. Het laten onderdompelen in water en uiteraard het daarna weer boven komen symboliseert het achterlaten van je oude leven en het beginnen met een nieuw leven. Zo laat je aan deze en aan de geestelijke wereld zien dat je voor Jezus hebt gekozen en aan Hem toebehoort. Dus besloot ook ik me te laten dopen. Daarbij hoopte ik stiekem dat daarmee ook een einde zou komen aan mijn drugsverslaving. Ik had dat tot dan toe nog geheim gehouden voor de mensen in de kerk en ik hoopte dat ik dat nooit hoefde te bekennen.
Mijn doop was prachtig. Het was een emotioneel gebeuren waarbij ook mijn niet gelovige ouders aanwezig waren. En de doop deed precies dat waarvoor hij bedoeld is. Het liet zien dat ik voor Jezus had gekozen aan deze en aan de geestelijke wereld. Maar het was geen wondermiddel om ook maar meteen van mijn verslaving af te zijn.

Zo leefde ik nog een hele tijd in twee werelden. In de kerk hield ik de schone schijn op. Ik deed mee met diverse kerkelijke activiteiten en niemand zou ooit vermoeden dat er meer aan de hand was. Op mijn kamertje gaf ik me weer aan het drugsgebruik. Ook loog en bedroog ik om in deze behoefte te kunnen voorzien. Deze periode heeft anderhalf jaar geduurd. Natuurlijk wist ik dat het niet goed was, maar ik was te trots om hulp te vragen bij mijn broeders en zusters uit de kerk. Dan zouden ze er achter komen hoe slecht ik wel niet was. Steeds weer probeerde ik te stoppen met het gebruik van drugs. Dan werd ik ziek en hoe graag ik ook wilde, uiteindelijk gaf ik toch weer toe en ging ik toch weer gebruiken.

Al lang wist ik dat ik om mijn knieën moest voor God. Dat ik moest toegeven dat ik het zelf niet kon en dat ik Hem echt nodig had. Maar ook dat kon ik niet. Al die tijd heb ik wel vaak gebeden en God gevraagd om mij van de drugs af te helpen. Maar dat gebeurde niet. Ook bleef ik regelmatig lezen in mijn bijbel, maar de tekst was dood geworden.

Tot op een zekere woensdagavond in maart 2000. Ik was aan het bidden en tegen mijn gewoonte in stond mijn radio aan. Op de radio was een lied te horen: Miss American Pie in de uitvoering van (nota bene) Madonna. In dit lied komt de tekst voor: "This 'll be the day that I die". Die zin raakte mij diep. Dit zou de dag kunnen zijn dat ik dood ga! Stel je voor: Ik ga vandaag dood. Dan kom ik voor Jezus en hij zal me vragen: "Wat heb je gedaan met het leven dat Ik je gegeven heb?" Wat moest ik dan zeggen? "Nou Heer, toen U mij haalde was ik lekker stoned." Daar kon ik toch niet mee aankomen!
Op dat moment kwam er een bijbelgedeelte in mijn gedachten waarin verkondigd wordt dat er voor alles een tijd is. Ik wist dat dit gedeelte uit het bijbelboek Prediker kwam. Ook wist ik dat ik op dat moment het boek Prediker moest lezen. Niet alleen dat ene gedeelte, maar het hele boek. Dat heb ik toen gedaan. En zoals ooit toen ik voor het eerst in geloof de bijbel ging lezen was ook nu weer elk woord voor mij geschreven. De tekst die doordat ik aan dat oude leven had vastgehouden verdord was geworden, was nu weer levend en het mooiste dat er was. Nu is het boek Prediker niet een boek waar je als eerste aan denkt wanneer je vrolijk wil worden, maar voor mij bevatte het op dat moment precies de woorden die ik nodig had. Er viel een last van mij af. Toen wilde ik en kon ik wel op mijn knieën voor God. Maar omdat ik die avond drugs gebruikt had besloot ik dat de volgende dag nuchter te doen.

Dus ging ik op donderdagmorgen op mijn knieën en bad ik tot Jezus. Ik heb hem mijn spijt betuigd van alles wat ik verkeerd had gedaan zelfs nog toen ik Hem al had leren kennen. Met pijn en verdriet moest ik toegeven dat ik Hem ten schande had gemaakt door mij achter Hem te verschuilen terwijl ik in werkelijkheid Hem niet had toegelaten in mijn leven. Op dat moment heb ik ook werkelijk mijn hele leven aan Jezus gegeven. Ik had toen een goede baan met een mooie auto van de zaak, maar ik wilde die met liefde opgeven voor Jezus. Ik had een vriendin waar het al niet zo lekker mee ging, maar die ik niet kwijt wilde. Toch als Jezus dat van mij verlangde wilde ik ook haar opgeven voor Hem. Zo heb ik alles aan Hem gegeven. Mijn baan, mijn bezittingen, mijn woning, alles waar ik maar aan hechtte, ja, mijn hele leven.

Toen kon Jezus pas werkelijk iets voor mij doen. Pas toen ik niet meer vasthield maar mijn leven aan Hem gaf kon Hij dit leven nemen er er iets moois van maken. Vanaf dat moment was de behoefte aan drugs compleet verdwenen. En niet alleen was de behoefte verdwenen, ik werd ook niet ziek toen ik niet meer gebruikte. Zo vaak had ik het zelf geprobeerd en werd ik vreselijk ziek. Maar nu niet. Jezus verrichtte een wonder!

De zondag hierop volgend ben ik naar de pastoraal werkers van de kerk gegaan en heb ik hen alles verteld en zij hebben voor mij gebeden. Wat was ik blij dat ik niet langer met dit geheim rond hoefde te lopen. Niet langer hoefde ik een dubbelleven te leiden, maar kon ik volop werken aan mijn nieuwe leven. Samen met Jezus!
Binnen een week was ik mijn baan en de mooie auto kwijtgeraakt. Ook met die vriendin is het nooit meer iets geworden. Maar het kon me niets schelen. Ik had Jezus leren kennen als mijn allerbeste vriend. Nu had ik werkelijk gezien wat Hij voor mij kon doen wanneer ik dat maar toeliet.

Over hoe dit voor Jezus allemaal mogelijk is, dat Hij door aan het kruis te sterven het leven voor mij mogelijk heeft gemaakt, vertel ik graag nog eens. Voor nu wil ik nog vertellen dat Jezus mij sinds die tijd niet in de steek heeft gelaten. Ook in tijden dat ik Hem zelf niet zo vaak opzocht was Hij er altijd voor mij. Toen ik alles aan hem gegeven had ben ik ook inderdaad dingen kwijt geraakt. Maar dat weegt zeker niet op tegen alles wat Jezus mij gegeven heeft. Te beginnen met mijn nieuwe leven. Jezus is mijn allerbeste vriend.

maandag 29 september 2008

De feel good Christen

Afgelopen zaterdag was ik naar een studiedag over de gebeurtenissen in Lakeland.
Voor wie niet bekend is met de gebeurtenissen in Lakeland (en tot een paar weken geleden was dit ook aan mij voorbijgegaan): Er vindt daar iets plaats dat door sommige christenen een opwekking wordt genoemd. Gedurende ongeveer een half jaar heeft een, inmiddels van het podium verdwenen, excentriek figuur druk bezochte genezingsdiensten gehouden. Vanuit de hele wereld kwamen Christenen naar Lakeland om dit fenomeen mee te maken of om genezing te ontvangen. De diensten werden live doorgegeven door het veel bekeken God TV.

Tijdens de studiedag werden deze gebeurtenissen in een bijbels perspectief geplaatst. En wanneer je dat doet, dan ga je zien dat wat er in Lakeland gebeurde in strijd is met wat de bijbel ons leert. Voor wie hier meer over wil weten verwijs ik graag naar de dvd die te krijgen is via de site van de Bethel gemeente die deze studiedag organiseerde: http://www.bethelshop.nl/medewerkers/onlineshop/index2.php
Het gaat te ver om hier alle argumenten aan te voeren die op deze dag naar voren zijn gekomen. Waar het wat mij betreft op neer komt is wij christenen ons snel laten verblinden doordat we ervan uitgaan dat tekenen die ook door God worden gebruikt altijd van God komen. Maar wanneer deze tekenen geen onderdeel zijn van een compleet plaatje zoals dat bij God hoort, dan moet er een belletje gaan rinkelen. Wanneer er genezing is, maar zaken als berouw, bekering, orde en meer niet aanwezig zijn, dan weet je dat dit niet van God komt.

En daarmee kom ik op het punt dat ik hier graag kwijt wil. Wanneer dit alles zo toetsbaar is en zo duidelijk te herkennen, hoe komt het dan dat er honderdduizenden christenen zijn die dit slikken als zoete koek en als kippen zonder kop dit soort hypes achterna lopen? Mijn conclusie is dat er een schrikbarend groot en naar ik vrees ook groeiend aantal christenen is waarbij de geloofsbeleving gebaseerd is op gevoel. De beleving die zij van het geloof hebben wordt getoetst aan de hand van het gevoel dat het geeft. Wanneer ze op zondag naar de dienst gaan en er een goed gevoel aan overhouden, dan was het een goede dienst. Wanneer ze een conferentie bezoeken en zij zijn daarna in een "halleluja-stemming" dan was het een goede conferentie.

Maar deze toetsing aan het gevoel is absoluut niet bijbels. De enige bijbelse toetsing is de toetsing aan de schrift! Dat is het voorbeeld dat ons door de apostelen voorgeleefd wordt.
Wanneer wij niet aan de bijbel toetsen, dan worden wij een speelbal in handen van de duivel. Dan bespeelt hij ons gevoel en kan hij ons doen geloven wat hem het beste uitkomst.
Daarom moeten wij ons wapenen zoals ook de bijbel ons voorschrijft:
- De waarheid als gordel om de heupen. Van deze waarheid kunnen wij zeker zijn doordat de bijbel hier over verteld. Immers Jezus Christus zelf is de Weg, de Waarheid en het Leven. (Joh. 14:6)
- Gerechtigheid als harnas om de borst. Gerechtigheid wordt duidelijk gemaakt door de Heilige Geest (Joh. 16:8) en de Heilige Geest doet dit door te getuigen van Jezus (Joh. 15:26). En Jezus kennen wij uiteraard door de bijbel.
- de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan onze voeten. En het evangelie kennen we uiteraard uit de bijbel.
- het geloof als schild. Dit is het geloof en vertrouwen in onze Heer Jezus Christus zoals Hij ons bekendgemaakt wordt door de bijbel.
- als helm de verlossing. De verlossing gebracht door Jezus door vergeving van de onze zonden (Kol. 1:14). Besef dit goed! Door Jezus zijn onze zonden vergeven en kan de duivel ons hier niet meer op aanklagen!
- en tenslotte het zwaard van de Geest. En het zwaard van de Geest zijn de woorden van God! Dus: de bijbel!

Wanneer wij ons zo wapenen, dan kunnen wij niet worden misleid door ons gevoel. Dit is de basis van alle toetsing: De bijbel.
Zorg dus dat je zijn woord leert kennen; voortdurend! En wanneer je parate kennis te kort schiet, zoek het op. Luister naar wat mensen te zeggen hebben, maar controleer dit altijd aan de hand van wat je al kent uit de bijbel of aan de hand wat je naar wat je er over kunt vinden in de bijbel.

Alleen dan kunnen we als christenen sterk staan en hebben we de duivel ontwapend. Dat wil niet zeggen dat we ons niet goed mogen voelen. Integendeel. Zeker wanneer onze geloofsbeleving de zekerheid kent aan de bijbel getoetst te zijn, zullen wij ons heel goed voelen.
Maar aan feel good christenen hebben we niets. Lang leve de know well christen!